Skip to content

Een lege fles schoonmaakmiddel. We draaien de dop erop, gooien hem in de juiste afvalbak en gaan verder. Maar wat gebeurt er daarna eigenlijk mee? Is die fles afval, of kan hij opnieuw als grondstof worden gebruikt?

Met de komst van de PPWR in de schoonmaakbranche wordt die vraag steeds relevanter. Sinds 12 augustus 2026 wordt de nieuwe Europese verpakkingsverordening toegepast. De regels moeten ervoor zorgen dat we minder verpakkingsafval produceren, meer materialen hergebruiken en verpakkingen beter recyclebaar maken.

Maar wetgeving is één ding. Hoe werkt circulariteit in de praktijk? En misschien nog interessanter: wat gebeurt er eigenlijk met al die verpakkingen die we nú gebruiken?

We gingen erover in gesprek met Max de Boer van KBL Circulair, leverancier en partner van Breedweer.

Wat is de PPWR?

PPWR staat voor Packaging and Packaging Waste Regulation. De Europese verordening stelt strengere eisen aan verpakkingen en verpakkingsafval. Het doel is onder meer om minder verpakkingen te gebruiken, hergebruik te stimuleren en verpakkingen beter recyclebaar te maken. De regelgeving heeft gevolgen voor de hele verpakkingsketen en daarmee ook voor de schoonmaakbranche.

Wat betekent de PPWR voor de schoonmaakbranche?

Dat Europa ingrijpt, is niet zo vreemd. In 2022 produceerden we in de Europese Unie gemiddeld 186,5 kilo verpakkingsafval per persoon. Bovendien wordt 40 procent van al het plastic dat in de EU wordt gebruikt, ingezet voor verpakkingen.

De PPWR kijkt daarom naar de hele levenscyclus van een verpakking: van ontwerp en materiaalgebruik tot hergebruik, inzameling en recycling. Een belangrijk doel is dat in 2030 alle verpakkingen op de Europese markt op een economisch haalbare manier recyclebaar zijn.

Ook bedrijven in de schoonmaakbranche krijgen hiermee te maken. Denk alleen al aan de hoeveelheid flessen, jerrycans, navulverpakkingen, dozen en transportverpakkingen die dagelijks door de keten gaan.

Maar nieuwe regels roepen ook een heel praktische vraag op: wat doen we met de verpakkingen die er al zijn?

Wanneer wordt een lege verpakking een grondstof?

Bij KBL begint circulariteit heel praktisch: goed scheiden. Verpakkingen die terugkomen, worden zoveel mogelijk per afvalstroom verzameld. Karton bij karton, plastic bij plastic. Vervolgens gaan deze materialen naar partijen die ze verder kunnen verwerken en recyclen.

Maar daarmee is de cirkel niet automatisch rond.

“Als een verpakking schoon wordt ingeleverd, kunnen ze er weer wat mee”, vertelt Max.

Tegelijkertijd vindt hij dat we naar het hele proces moeten kijken. Want als een lege verpakking meerdere keren moet worden vervoerd voordat deze opnieuw verwerkt kan worden, levert dat ook weer transportbewegingen op.

Circulariteit gaat dus niet alleen over het materiaal waarvan een verpakking gemaakt is. Je moet naar de hele keten kijken.

Waarom nieuw kopen als je kunt navullen?

Een logische manier om verpakkingsafval in de schoonmaakbranche te verminderen, is zorgen dat je minder nieuwe verpakkingen nodig hebt.

KBL biedt daarom producten aan met navulmogelijkheden. In plaats van iedere keer een nieuwe fles te gebruiken, wordt een bestaande verpakking opnieuw gevuld.

Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk vraagt het ook iets van de mensen die ermee werken. De schoonmaker moet navullen, verpakkingen apart houden en zorgen dat ze op de juiste plek terechtkomen.

“Wij kunnen het uitleggen en laten zien hoe goed het werkt”, zegt Max. “Maar uiteindelijk ben je afhankelijk van de klant.”

Een circulaire oplossing werkt dus pas echt als de hele keten meedoet.

En als je de fles helemaal weglaat?

Het kan nóg slimmer.

Max noemt als voorbeeld schoonmaaktabletten. In plaats van kant-en-klare flessen schoonmaakmiddel worden tabletten geleverd die op locatie aan de juiste hoeveelheid water worden toegevoegd.

Daarmee voorkom je niet alleen een deel van de verpakkingen, je hoeft ook niet telkens flessen met schoonmaakmiddel, en dus voor een groot deel water, te vervoeren.

Het zet de discussie in een ander perspectief. Misschien moeten we niet alleen vragen hoe we verpakkingen duurzamer kunnen maken, maar ook: hebben we die verpakking überhaupt nodig?

Duurzaamheid heeft een prijs: wie betaalt de rekening?

Daarmee komen we bij misschien wel het lastigste onderdeel van verduurzaming.

Nieuwe verpakkingen, retourstromen en alternatieve materialen moeten worden ontwikkeld en ingevoerd. Dat kost geld. En hoewel duurzaamheid bij steeds meer organisaties hoog op de agenda staat, ziet Max dat prijs in de praktijk nog altijd zwaar meeweegt.

“Wie betaalt de rekening?”, vraagt hij zich hardop af.

Volgens Max zeggen veel organisaties duurzaamheid belangrijk te vinden, maar wordt de keuze moeilijker zodra een duurzamere oplossing meer kost.

En dat is niet alleen een vraag voor een leverancier als KBL of een schoonmaakbedrijf als Breedweer. Producenten, leveranciers, schoonmaakbedrijven én opdrachtgevers maken allemaal deel uit van dezelfde keten.

Wie echt stappen wil zetten richting een circulaire schoonmaakbranche, moet daarom samen naar de kosten én de opbrengsten kijken.

Minder verpakkingsafval begint soms bij minder ritten

Een van de oplossingen blijkt verrassend eenvoudig: beter plannen.

KBL kijkt samen met klanten naar vaste levermomenten en standaardbestellingen. In plaats van steeds losse producten na te bestellen, wordt vooraf bekeken wat een locatie over een bepaalde periode nodig heeft.

Dat levert meerdere voordelen op. Minder losse leveringen betekent minder transportbewegingen, minder omdozen, minder verpakkingsmateriaal en minder kans op naleveringen.

“Hoe minder er besteld wordt, hoe minder we hoeven te rijden”, legt Max uit.

Een doos in één levering kan uiteindelijk duurzamer zijn dan meerdere losse producten die op verschillende momenten dezelfde kant op moeten.

Circulariteit zit dus niet altijd in een revolutionair nieuw materiaal. Soms begint het simpelweg met slimmer samenwerken.

Breedweer en KBL kijken samen naar de keten

Breedweer en KBL proberen die samenwerking ook in de praktijk te brengen.

Zo werd bij een aanbesteding voor het Van Gogh Museum gekeken of verschillende werkzaamheden en leveringen gecombineerd konden worden. KBL kwam via Breedweer al op locatie. Waarom zou er dan nog een andere partij apart moeten rijden voor bepaalde sanitaire voorzieningen?

Het idee was eenvoudig: bestaande transportbewegingen benutten, voorraad op locatie gezamenlijk beheren en werkzaamheden waar mogelijk combineren met het schoonmaakwerk dat toch al wordt uitgevoerd.

Hoewel het concept uiteindelijk niet werd gekozen, laat het volgens Max wel zien hoeveel winst er mogelijk is wanneer organisaties verder kijken dan hun eigen stukje van de dienstverlening.

Juist tussen de verschillende schakels in de keten liggen kansen om transport, materiaalgebruik en afval te verminderen.

Nieuwe verpakkingsregels brengen ook nieuwe vragen

De PPWR gaat de beweging naar minder verpakkingsafval de komende jaren verder versnellen. Daarbij zullen ook nieuwe oplossingen nodig zijn.

Max noemt een heel praktisch voorbeeld: folie rond pallets. Minder plastic gebruiken klinkt logisch, maar die folie heeft ook een functie. Producten moeten tijdens transport veilig op hun plek blijven. Als verpakkingsmateriaal wordt verminderd of vervangen, moet er dus een alternatief zijn dat óók praktisch en veilig werkt.

Dat laat precies zien waar de uitdaging zit.

Circulariteit betekent niet simpelweg materiaal weglaten. Het betekent opnieuw nadenken over hoe we verpakken, vervoeren, gebruiken én terugnemen.

En dat vraagt tijd, innovatie en samenwerking.

Circulariteit moet in je DNA zitten

Bij KBL wachten ze ondertussen niet tot iedere nieuwe regel volledig is uitgewerkt. Ze proberen vooral te doen wat nú al mogelijk is: afvalstromen scheiden, verpakkingen terugnemen waar dat kan, tweedehands materialen gebruiken, duurzamere producten aanbieden en klanten stimuleren om voor navulbare oplossingen te kiezen.

Volgens Max hoeft daar niet altijd een ingewikkeld programma achter te zitten.

Het begint vooral met steeds opnieuw dezelfde vraag stellen: kan het slimmer, met minder materiaal of met minder bewegingen?

Of, zoals Max het zelf zegt:

“Het moet een beetje in je DNA zitten.”

Wordt een lege schoonmaakverpakking ooit géén afval meer?

Aan het einde van ons gesprek leggen we Max daarom nog één vraag voor.

Denk je dat we ooit op het punt komen dat een lege schoonmaakverpakking helemaal geen afval meer is?

“Ik hoop het”, antwoordt hij. “Ik denk dat we daar wel naartoe gaan.”

Wanneer precies, weet niemand. Maar misschien is dat ook niet het belangrijkste.

De beweging is ingezet. De PPWR kan die versnellen, maar een circulaire schoonmaakbranche ontstaat niet alleen door nieuwe Europese regels. Het vraagt om producenten, leveranciers, schoonmaakbedrijven, schoonmakers én opdrachtgevers die bereid zijn om samen anders te kijken naar wat we gebruiken, vervoeren en weggooien.

Want misschien bestaat afval uiteindelijk vooral uit grondstoffen die we nog niet slim genoeg opnieuw gebruiken.

Back To Top